Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14 GEZANG VIL

Doch bleef volkomen zonder zonden; ó Ja, fchoon mensch, zowel als wy, En zelfs tot kwaad verzocht, wierd hy

Nochtans onftraffèlyk bevonden.

3-

Des Vaders eeuwig wyzen wil

Volvoerde hy gereed en uil, Hoe diep gedompeld in elendcn.

Hy liet niet af, met vasten moed,

In 't midden van den tegenfpoed, Zyn bede tot Gods troon te zenden.

4-

Hy, die geen kwaad met kwaad vergold,

Gefcholden nimmer wederfchold, Zich nooit in weldoen perk liet flellen,

Was nedrig, liefderyk, bedaard ,

Vergeevend, minzaam, zacht van aart,... Wie kan zyn deugden allen tellen?

5-

„ Bemin uw' vyand!" was zyn raad: „ Doe wél den geenen, die u haat! „ Wees altoos vaardig tot vergeevcn!" Ja, (zeldzaame edelmoedigheid !)

Hy

Sluiten