Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXIII. Deel. Van ^I'oogfte- Magt -Jchending? &c. 2,31

Het XXZIII. Deel.

Van Hoogfte - Magt-fchending, daaronder van PrinceiiMoord, en Land-verradery, Kerk-roof, Land-diefce, Concuffie, omkoop in het Regt, Staats-Regering, Valsheid, Boevery, en gemaakte dierte.

t. Hoogflc-Magt fchendery, wat f en waar in bejlaat.

2. Hoedanig te ftraffen.

3. Sware ftraf over de moord van Prins

Willem.

4. Straf van den Jare 1619. tegen de

Hoogheid van 'het Land, en van den Jare 1623. over bet verraad jegens Prins Maurits.

5. Blafpbemie, of Gods- laftering, vaat, en

hoedanig ftrafbaar.

6. Kerk-roof wat, en boe te ftraffen.

7. Land diefte wat, en baar Jlraf.

8. Concuffie, of Knevelry, wat?

yïlsdaad tegens de Hoogde Magt en Overheid, is Crimen Icefa Ma1VA jeftatis, of Hoogfte-Magt-fchendery , en is wel de grootfte misdaad die van iemand begaan kan werden.

Werd verftaan niet alleen van opentlyke Koninks, of Prinjenmoord, dewelke na gelegendheid van de misdaad niet te hard geftraft kan werden ; maar van alderley t'Samen-fweering, Verradery, en wat meerder in fpyt, en tot agterdeel van de Prince van den Lande, of het gemene beft, uit arren moede begaan, en gepleegt werd. /. 1. &f feq. Jf. ad. leg. Jul. Majejlat. fulks dat ook daar in de wil voor de daad werd genomen , al is 't dat die tot de faken niet komt. /. 5. Cod. ad. leg. Jul. Majeflat. Qi)

Aan

(O D« her. Gothofredus ad. I. 5. Cod. lafte majeftatis in fpecie feu perduellionis ad leg. Jul, majeftatis verdeelt deeze mis- welke door een onderdaan van den Staat, d.iad voegzaam in drie Zoorten, i°. Crimen teegens den Vorft of Souveraiti met een

9. Corruptie wat, en hoedanig te ftraffen.

10. Onkund, of tnwetenbeid van een Regter , niet ftrafbaar.

11. Misflag van een Advocaat, of, en wanneer ftrafbaar.

12. Valsheid, en valfe Muntery, wat, en hoe te Jlraffen.

13. Gemene Valsheid waar in beftaat, en boe te ftraffen.

14. Valsheid in het Eed-fweeren, of, en hoedanig ftrafbaar.

15. Boevery, wat, en hoe te /Iraffen.

16. Pravaricatie, wat en boe te jlraffen.

17. Monopoly, en gemaakte dierte.

Sluiten