Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$i% Rooms ch-Hollandsch Recht. V. Boek.

En is wel waar dat aan de eene zyde de bekentenis flrekt tot meerder gerufügheid en fekerheid voor den Rechter: Maar aan de andere zyde voor de Juftitie daar uit meer agterdeel en fwarigheid te verwagten is, indien den Gevangen in de pyn halftarrig by fyn ontkennen blyft, hy eenigfins daar door gefuivert, de bewyfen verfwakt, en volgens de meening van fommige by provifie onder hand - tafiing en cautie van t'allen tyde wederom te comparcertn, ontflagen fou moeten werden. Doch alfo dien aangaande by het Hof van Holland Anno 1583. is verfiaan : dat een Misdadige uit hardnekkigheid de pyn doorflaande, of fyn corfeffie wederroepende, fo wanneer de bewyfen van fig felve klaar en genoeg zyn,egter evenwel verwefen en geexecuteert behoord te werden. Sie Neoftad. cur. Holland, decif. 47. en hier na in't volgende deel num. 4. So komt dat alleen te pas in 't geval dat de bewyfen van fig felve niet al te klaar en genoegfaam zyn, fo nogtans dat de ramingen tot de fchuld van den Misdadiger fo kragtig zyn, dat het niet wel anders wefen kan, fulks hier na breder fal werden verhandeld.

Doch alfo na Rechten den Misdadige, als de bewyfen klaar en genoeg zyn, fo wel fonder als met fyn bekentenis mag werden verwefen. arg. I. %.jf. de quaftionib. & ibi DD Farinac prax. criminal. vol. 2. qucefi 4e num. 19, 20 Sie Gomef. refolut. tom. 3. cap. 13. num. 20. Clar. pracl. ciiminal. qucefi. 74. verfic. illata reo. 38. Anton. Fab. ad Cod hb. 9. tit. 21. defin. 9. & defin. 12. num. 3. fo ftaat by ó''Officiers van de Jujlitie hier in met grote omfigt te bedenken , of de Jujlitie, na de geftaltenis van fommige flerke en bofe halfterrige Misdadigers, door tegenftand van de torture niet fou komen te véragteren. En als het feit klaar kan werden beweefen, of het niet beter is fig daar aan te houden, en den Misdadige felve fonder fyn confeffie te veroordeelen. Maar daar in ftaat wederom te bedenken, of men als dan in ordinaris Proces fou moeten komen.

Wat het eerfte aangaat, daar in is geen grote fwarigheid gelegen, en ftaat hier in aldus te onderfcheiden: Naamelyk dat groot onderfcheid gelegen is tuffchen iemand die by appoinclement Van den Rechter, by provifie uit de hegtenis of van perfoneele comparitie werd ontflagen, en toegelaten by Procureur te mogen bedingen , en alfo in ordi16naris Proces werd ontvangen. En tuffchen iemand die niet ontflagen, • maar in hegtenis blyft, over eenige fware faken daar lyf-ftraf toe-

ftaat,

Sluiten