Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAM DE LIEFDE.

23

der wet wel mogen ftrafFen^ indien wy met zyne hulp dezelve niet vermeiden konden?

A. Neen; dit zoude tegens zyne gerechtigheid ftryden. Hy is geen tiran., maar een barmhartige Vader.

J 3-

Handelende over het eerfte gebod, en over [de noodzaakelykheid des Godsdienst»

V. Welk is het eerfte van de tien geboden?

A. Ik ben de Heer, uw God.... gy zult geen vreemde Goden voor myne oogen hebben , gy zult u geen gefneden beeld, of gelykenis tnaaken..., gy zultïdie niet aanbidden, of Godsdienst aandoen....

V. Geeven fommige Oncatholyken dit eerfte gebod niet anders op ?

A. Ja; zy maaken er twee geboden van, om alzo het gebruik der beelden, als door Gods wet verboden, te doen voorkomen; voegende dan het negende, en tiende gebod by malkander, om zich aldus by het tiental der Goddelyke geboden evenwel te houden.

V. Hebben de Catholyken de verdeeling der tien geboden altoos op dezelfde wyze opgegeeven, als zy nu doen ?

A. Er zyn ook cenigen geweest, die het eerfte gebod gefpütst, en de twee laatfte vereenigt hebben; maar nooit met die B 4 in-

Sluiten