Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lyden van Jezus-Christus. 219

is 'er erbarmelyker, dan een teder kindje en zuigeling, dat van zyne moeder verlaaten en vergeeten is? het zal fchreijen en weenen , en niemand zal zig zyner ontfermen, het zal van honger en dorft verfmagten, en in zyne naaktheid en onreinigheid omkoomen. Deze gelykeniflen koomen in geene vergelykinge by eenen menfch, die van den gena* digen God verlaaten word. Zulk-een moet noodwendig in den maalflroom zyner driften en begeerlykheden, en in de ftrikken des Satans vallen en fmooren. Dan word in hem bewaarheid, 't geene David zong : (a) myne vyanden hebben met eikanderen raad gehouden, zeggende: God heeft hem verlaaten , vervolgt en grypt hem aan, want daar is niemand, die hem verloffe. Dit is één van de grootfte ftraffen die God den Zondaar in dit leven overzend, wanneer God,naamelyk tot wraake over zoo menigvuldige misdaaden, hem verlaat, en zyne genade onttrekt; want, dan ftaat hy het naaft aan den val. Gelyk een Schip, zonder Stuurman, Roer en Kompas, zo lang het Speeltuig der baaren is, tot dat hetzelve ten gronde zinkt , alzo ook word een' menfch, door het rechtvaardig oordeel van God verlaaten, in den ftroom zyner driften heen en weêr geflingert., totdat hy , zonder het beduur der reden, Godsdienft en pligt, inden afgrond der Helle nederzinkt. Dit deed David zeggen, in den geeft voorziende, hoe God Ifraè'1 verlaaten zou om den moord van zynen Zoon: (b) laatze boosheid by hunne boosheid voegen: en laatze niet koomen tot uwe regtvaardigheid, dat ze uitgeveegd worden uit het boek der leevenden: en met de regtvaardigen niet worden aangefchreeven. Zulk-een menfch word op aarde eene leevendige helle; hy vervalt van de eene zonde in de andere, en wordt zoo verftokt

van

(«) Pf. 70. 10. n.

(V) Pf. 68. a8. 20.

Sluiten