is toegevoegd aan uw favorieten.

Meditatien op het lyden van Jezus-Christus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lyden van Jezus-Christus. 245

EEN-ENVEERTIGSTE MEDITATIE. Mat. 26: vs. 59,60.

Principes autem Sacer-**^ de Overpriesiers en

dotum, & omne con- ^..^ de geheeleRaadzoch-

cilium qucErebanc fal--s-& ten valfche getuige-

fum testimonium con- nisfen tegen Jezus, 07»

tra Jefum , ut eunrnn* Hem ter doodtebren*

morti traderent : Et** gen 'Doch,zy vonden

non invenerunt, cum niets, hoewel 'er veele

multi falfi testes ac-0*- valjche Getuigen te

cesfisfent. voorfchyn kwamen.

(]a~) J^E Godloozen, zegt David, hebben het zwaard uitgetrokken : zy hebben hunnen boog ge[pannen, om den armen en hulpeloozen neder te vellen ; om dengeenen die oprecht van harte is te dooden, De groote Raad der Jooden had den Heiland, met zwaarden en ftokken, gevangen genoomen; men beraamde niets anders, dan zyn' Perfoon en naam in de vergeetelheid te bedelven. De ondervraaging over zyne Leere en Leerlingen had hiertoe niets kunnen toebrengen. Hoe langer men Hem ondervroeg, hoe minder voedfel men voor de wreedheid vond; aangezien de onnozelheid van Jezus in alles klaar doorftraalde. Zomin men vlekken in de Zon-, ne kan ontdekken , zomin konnen dezelve in de Zonne der rechtvaardigheid,Jezus-Christus,gevonden worden. Immers, (b) Hy had, om met Petrus te fpreeken ,gcen zonde gedaan,en in zynen mond was geen bedrog gevonden. Hy was dan nu wel gevangen; maar, men wist geene befchuldiging, met eenigen grond, tegen hem intebrengen. Men had Hem

te

(a) Pfal. 36. 14, (b) 1 Pet. 2. aa.

II. Deel P