Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lyden van Jezus-Christus. 225

of den onnozelen Jezus , riepen zy eenpaarig: Barabbas; en wilden dus geen Deel aan den Zoone van David hebben; want, zy zeidden: (a) Wy willen niet dat Deeze over ons zal heerfcben; maar datHy, volgens den Raad der Ouderlingen en Overpriefteren mooge om 'c Léven gebragt, en de grootfte Boosdoender vry-gelaaten worden.

De woorden weleer door den Propheet Malachias tot de Priefleren gefproken: tb)Nu dan, ó Brieften ! dit Bevél raakt U- lieden, die van den Weg zyt afgeweeken, en 'er Veelen in de Wet hebt doen ftruikelen. Juda heeft de Wet overtreeden : in Israël en binnen Jerufalem is een grouwel gefchied: want, Ju* da beeft de Heiligheid^ des Heeren, die hem zo lief was, ontreinigd: wierden naar de letter voltrokken , toen Cc) d'Overpriefters en Ouderlingen 't Folk hebben aangeraaden, dat zy Barabbas zouden eifchen, en Jezus om 't Léven brengen. De Bode, dien de Huisvrouw van Pilatus, ten gevalle van Jezus, tot haaren Man zond , namelyk , dat Hy mogte vry-gelaaten worden, was hier eene gelegenheid ten kwaade : want, terwyl Pilatus de Bode van zyne Vrouwe ontvangt en aanhoort, word hy bierdoor opgehouden , en kan op zyne vóórgeftelde Vraage: (d) Wien wilt gy dat ik U los-laat e, Barabbas, of Jezus, die genoemt wordt Chriftus'! des Volks antwoord niet afwachten. Tewyl dan Pilatus met den Afgezondenen van zyne Huisvrouw fprak, bedienden zich de Joodfche Opperhoofden van deeze gelegenheid. Zy begaven zich intusfchen overal onder het Volk, en waren als (e) een Zuurdeeg, die het gantfcbe beftag zuur maakt, omkoopende alle het Volk het zelve in Plaat en Nyd tegen Jezus ontfteekende'

en

Ca) Luk. 19. 14. Cb) Mat. ". i. 8. i r. (e) — 30,

(*0 27. 17. (e) 1. Kor. 5. 6

III. Deel. P

Sluiten