Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 Twee - en-zeventigste Meditatie op het

moedigheid en onbegrypelyk Geduld, alsmede de orveilchrokte vrymoedigheid des Heilands, zo dik-: wervt geroond ais Hy zich wilde verantwoorden; eene Godlyke Majeftueuze houding, die, in alle zyne woorden en Werken , uit zyne oogen, gefialte en gantfche gelaatenheid uitblonk ; de ,verklaaring , aan Pilatus gedaan, namelyk, dat Zyn (a) Komr.gryk niet van deeze JVaereld was: (£) Daarenboven zal zyne Huisvrouw, die in den Droom veel om Hem geleeden had, hem misfehien hebben doen denken, dat de Goden zich met Hem bemoeidden. Ongetwyffeld zal Pilatus ook niet onkundig geweest zyn van de Wonderen, die Jezus zo menigvuldig had verricht, en, naar alle waarfchynelykheid, zal hem ter ooren gekomen zyn, hoe Hy den geflorvenen en reeds Hinkenden (c) Lazarus, weder tot het Léven had gebragt, zynde dit te Bethanie'n, zo-digt byjerufalen geleegen,: en flechts korte dagen geieeden, gebeurd.

Pilatus dit-alles overdenkende , heeft ligtelyk konnen befluiten, dat het Godlyk Zoonfchap,. hetgeene de Heiland zich aanmaatigde, wel eenigen grond konde hebben: te-meerder, dewyl de FabelGodgeleerdheid der Heidenen de veelheid der Goden leeraarde , en hield , dat deeze fomwylen wel eens op d'Aarde neder-kwamen in Menfchelyke gedaante. Dit blykt in die vin Lyflra, dewelken uitriepen: (d)De Goden zyn in de gedaante van Menfchen tot ons nedergedaald, noemenden Bamabas Jupyn , en Paulus Merkuur. Hunne blindheid ging in dien opzichte zo-verre, dat zy zich inbeelddeden, dat hunne Goden en Godinnen zich met de Menfchen vermengden, en Zooncn en

Dochftf) Jonn. 18. 36. (b) Mat. 27. 19. (e) Joan. \i. {d) Aft. 14. 1». 11,

Sluiten