is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkschriften van den baron de Tott, betreffende de Turken en Tartaaren.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

418 GEDENKSCHRIFTEN VAN DEN

dlabey, welke de Kam gemeenlijk opdraagt aan zijne Moeder , of aan ééne van zijne Vrouwen, en die van Ouloukani, die hij altijd geeft aan de oudfte van zijne Zusters of Dochters. Verfcheiden dorpen zijn van deeze VorfHnnen afhanglijk, zij nemen daar kennis van alle verfchillen , die tusfchen haare onderdaanen ontdaan, en oefenen recht door den dienst van haare Opzieners , die ten dien einde hun verblijf hebben aan dé poort van het Sérail, die het dichtst bij den Harem is.

Ik zal niet in de bijzonderheden treden , die den Mufti, Vizir en andere Staatsdienaars betreffen; Hunne bedieningen zijn gelijkvormig aan die van dezelfde benaaming in Turkijen , uitgezonderd alleen, dat de beginzels en gewoontens van het Leenrecht alleen de beoefening van derzelver dienden matigen.

De inkomden van den Kam bedragen naauwlijks 600 , 000 livres, tot onderhoud van zijn huis; evenwel, fchoon deeze middelmatige inkomden de milddaadighcid van deezen Vorst zeer beperken; echter beletten zij hem niet, om edelmoedig te zijn. Een aantal Mirzas leeft op zijne kosten, tot dat het recht van aubaine hemf middel verfchaft, om er zich van te ontdoen, door hun eenige Domeingoederen af te daan.

Het werven van zijne troepen geeft hem voorts geene kosten. Alle Landfchappen zijn verpligt, om krijgsbenden te leveren. Ook draagt de Souve-