Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

49* ~ GEDENKSCHRIFTEN VAN DEN

Gouverneur dier ftad ons te gemoet zagen komen. Op het aannaderen van den Kam, fteeg deeze Heer, van een groot gevolg verzeld, met de zijnen af, kwam bij den Prins , groette Urm zeer beleefd , en keerde zich om, om te voet voor hem uit te gaan , maar na dit bewijs v m eerbied, kreeg hij vrijheid , om weder te paard te ftijgen, en verzelde toen k a i m gueray tot aan den JNie/Jer, die tusfchen ons cn de Vefting was. Hier vonden wij eene fchipbrag , die dc Pacha had doen flaan met zo veel meer moei* lijkheid, omdat men het ijs had moeten breeken, daar de rivier nog mede bezet was ; maar alle deeze voorzorgen, die hij genomen had, om zijn hof bij den Vorst der Tartaaren te maaken, hadden weinig geluk, en al het aanhouden van den Vizir kon den Prins niet bewegen, om van zijne brug gebruik te maaken. Ik trek de rivieren, zeide deeze, op eene min kostbaare wijze over. Daarop bragt hij zijn paard in een kleinen draf, en noopte den Pacha, die deeze grap deed trillen, om zijn voorbeeld te volgen. Het kraaken van het ijs, dat onder ons fcheurde , deed hem in de daad om zijne pontons denken , en niet voor dat hij den anderen oever over was, kon hij zich wezenlijk overtuigen, dat dezelve overtollig waren. Geduurende deezen overtogt had het kanon der vesting ons beginnen te begroeten ; Krim gueraï trek Bender in onder liet gedreun van al deszelfs gefchut. Bij den

Sluiten