Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24. het eerste boek

Hufdjl. Ook zegende God NoacH en zijne zoonen met vs x. ^eze woor^en: Weest vruchtbaar, vermen igvuls. ^'<?*> ra vervult de aarde. —— {/we vreeze en fchrik zij op alle dieren der aarde, en op al het gevogelte; zij zijn, met alles, wat op de aarde kruipt, en met alle de visfchen der zee,

3. in uwe magt gefield. —— Alles, wat zich beweegt en leeft, zij ulieden tot fpijze: ik heb het ulieden alles gegeven, even gelijk het groe-

4. ne kruid. ——— Alleenlijk moet gij geen dier met zijn leven, dat is, met zijn bloed, eten.—

5. Tot veiligheid van uw leven zal ik uw bloed afvorderen , ik zal het afvorderen van alle dieren; ook van de menfchen , die elkanders broeders zijn, zal ik 's menfchen leven afvorderen. -

6. Al wat menfchen-bloed vergiet, deszelfs bloed zal weder door menfchen vergoten worden, omdat God den mensch tot zijn beeld gemaakt

7. heeft. • Gijlieden dan, weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, vermeerdert en neemt over. vloedig toe op aarde.

8. Nog fprak god tot NoacH, en tevens ook tot p. zijne zoonen: Ik voor mij, zeker, ik maak

met ulieden mijn verbond, en met uwe nakomt-

10. lingfchap na u , ja ook met al wat leven en adem haft benevens u, met het gevogelte, en met het tam, en wild gedierte, met allen, die uit het vaartuig gegaan zijn, al het gedierte

11. der aarde. - Dit verbond maak ik met ulieden, dat voortaan nooit meer alle menfchen

en

Sluiten