is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Oude Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN samucl. 23Ï

;, hoogte; gijlieden zult heden met mij eten,Hoofdfl.

dan zal ik u morgen laten gaan, en u alles, IX' „ wat gij op het hart hebt, verklaaren. — Wat vs. zo. ,, de ezelinnen betreft, welken, drie dagen ge„ leden, verloren geraakt zijn, wees daar niet over bekommerd, alzoo zij reeds gevonden „ zijn: — En bovendien, wien behoort alles, „ wat in Israë/ het voortreflijkst is , anders h dan aan u, en aan uws vaders huis?" — Hier op antwoordde saul: „ Ik ben immers ai. „ een Benfapttniet, één' van de kleinften der „ Israêlitifche ftammen, daarenboven is mijn ,, geflacht het kleinfte onder de geflachten van „ Benjamin3* ftam , hoe kunt gij dan op deze wijze „ tot mij fpreken?" — Doch s&muSl nam té. saul en zijn' knecht mede, en bracht hen in de eetzaal, alwaar hij hun, onder de genodigden, die omtrent dertig in getal waren, de eerfte plaats gaf, ook geboodt SAMUëL den kok, a3„ dat deze hem dat ftuk zou brengen, dat hij hem gegeven, en belast hadt, om het afzonderlijk bij zich te bewaaren ; waar op de kok 24, het fchouderftuk met het nat, dat 'er toe behoorde , opdroeg , en het voor saul zette: ;, Dit is," zeide hij, „ het geen overfchoot , j ,i zet het voor u, en eet, alzoo het bepaald ; voor u bewaard is, toen ik hem zeide, dat . j, ik gasten genodigd had." —- Dus fpijsde saul, dien dag, met samucl.'

Nadat zij nu van de hoogte weder in de ftad waren 25. gekomen, hieldt SAMUëL een afzonderlijk gefprek Ra met