Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER CHRONIEKEN» 779

„ voor mijnen naam [en dienst] eenen Tempel te Hoofdjl. „ftichten, gij hebt wel gedaan, dat gij zulk

een voornemen gekoesterd hebt; evenwel, gij vs. 9. , zult dien Tempel niet ftichten , maar uw eigen , Ugchaamlijke zoon zal dien Tempel voor mij" „ nen naam [en dienst] ftichten. — Nu heeft 10. „ jehova zijne belofte, die hij gedaan heeft, ,, vervuld; ik ben in de plaats van mijnen va„ der david gekomen, en zit thans op den Is,, raëlitifchen troon, zoo als jehova beloofd „ heeft, ik heb dezen Tempel voor den naam „ [en dienst] van jehova, Israëls God, ge* „ bouwd; ik heb in denzelven de heilige kist 11. „ geplaatst, in welke het verbond van jehova „ ligt, het welk hij met de Israëliten gemaakt ,, heeft."

Vervolgends ftaande voor jehova's altaar, I2* breidde hij, ten overftaan van de geheele Israëlitifche volksvergadering, de handen uit. — (Te 13. weten , salomo hadt zich een rond geftoelte van koper laten maaken, dat in het midden van den grooten voorhof geplaatst was, vijf ellen lang, vijf ellen breed, en drie ellen hoog.) — Dit geftoelte dan beklommen hebbende, knielde hij, ten overftaan van de geheele Israëlitifche volksvergadering, op de knieën neder, en zijne handen hemelwaards uitbreidende, fprak hij het 14. volgende gebed:

,, o jehova, Israëls God! daar is geen God, „ gelijk gij, in den hemel of op aarde. — Gij, ,, die het verbond en ontfermende goedheid aan Iii 2 „ uwe

Sluiten