Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

780 het tweede boek

Hoofdft. „ uwe knechten beflendig houdt en bewijst, VI' j, die, met hun gantfche hart, onder uw oog,

vs. 15. ,, hunnen weg betreden; gij, die aan uwen „ knecht, mijnen vader david,gehouden hebt, „"het geen gij hem hadt toegezegd; met uwen ,, mond toegezegd, en met uwe hand vervuld,

16. „ zoo als het thans is. — o jehova , Israëls

God! vervul nu ook aan uwen knecht, mij,, nen vader david, het geen gij hem beloofd „ hebt, toen gij zcidet: Het zal u, onder „ mijn oog, nooit aan eenen nakomeling ont,, breken, die op den lsraèlitifchen troon zal ,, zitten, echter onder die voorwaarde, dat uwe ,, nakomelingen behoedzaam zijn in hun gedrag,

en voljlandig bij mijne Wet blijven , gelijk

17. >5 g*j u altijd voor mijn oog gedragen hebt; o „ jehova , Israëls God! dat uwe belofte , die „ gij dus woordlijk aan uwen knecht david ,, deedt, vast en onherroepelijk blijve!"

18. „Maar zou God dan waarlijk bij het mensch„ dom op aarde woonen? Gewis, de hemel, „ ja aller hemelen hemel kan u niet omvatten, j, hoe veel min deze Tempel, dien ik gebouwd

19. ,, heb! Zie nogthans gunstrijk op het gebed „ van uwen knecht, en op zijn fmeeken, ne„ der, 0 jehova, mijn God! hoor het geroep, „ en het gebed, dat uw knecht, in uwe tegen-

20. »> woordigheid, voordraagt. — Laat uwe 00„ gen nacht en dag geopend zijn over dezen

■ „ Tempel, die plaats, daar gij van gezegd hebt, dat gij uwen naam [en dienst] daar

„ ves-

Sluiten