Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N E H E M I 3. ggQ

hila. — Nevens hem bouwde Eter, zoon van Hoofdft. Jeiua, Overfte van Mizpa, eene tweede afme- IU* ting tegen over den opgang na het wapenhuisI9' bij den hoek. — Na hcrn verbeterde met groo- 20. ten ijver Baruch, zoon van Zabbai, eene tweede afmeting van den hoek tot aan de deur van het huis des Hoogenpriesters Eljafibs. — Na aI> hem bouwde Meremoth, zoon van Uria, kleinzoon van Koz, eene tweede afmeting, van de deur van Eljafibs huis tot aan het einde van Eljafibs huis. — Na hem bouwden de Pries- 22, ters, die in de [Jordaan-] vlakte woonden. — Na hem verbeterde Benjamin en Hafub, tegen 23. over hunne huizen — daarna verbeterde Azaria, zoon van Maafeia, kleinzoon van Hananiit, bij zijn huis. — Na hem bouwde Binnui, 24. zoon van Henadad, eene tweede afmeting, van Azaria's huis, tot aan den uitftekenden hoek. — Palal, zoon van Uzai, tegen over den hoek S5. en den hoogen toorn, die uit het Koninglijk paleis uitfteekt, welke bij den voorhof der wacht is. — Na hem Pedaia, zoon van Parhos. — Voords de knechten des heiiigdoms, 26. die op de hoogte Ofel woonden, tot tegen over de waterpoort ten oosten, en den uitftekenden toren. — Daar na bouwden die van Thekoa 2?6 eene andere afmeting, van tegen over den grooten uitftekenden toren tot aan den muur van Ofel. — Van boven de paardspoort bouwden 2g de Priesters, elk tegen over zijn huis. — Na <,9[ hen bouwde Zadok, zoon van Immer, tegen Ttt a oVet

Sluiten