Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N E H E M I 8. 941

5, zij ook bouwen, als 'er een vos tegen aan- Hoofdft. „ liep, zou bij den muur van hunne fteenen 1V' „ ligt omwerpen!" — Hoor, o onze God!u. 4. hoe wij hun tot eenen fpot zijn, en laat hunne befchimping op hun eigen hoofd te rug vallen ! en geef hen over tot eenen roof, in een land van ballingfchap! —— Bedek hunne ongerech- g, tigheid niet, en laat hunne zonde voor uw oog niet uitgewischt worden, want zij hebben hen, die bouwen, verdriet veroorzaakt.

Ondertusfchen gingen wij voort, met het her- (j, bouwen van den muur, zoodat de gantfche muur tot de helft [der hoogte] voltooid raakte; want het volk hadt lust, om te arbeiden.

A!s nu sanedallat, en TOBia, benevens 7i de Arabicrs, Ammoniten, en die, van Asckdod, hoorden, dat de verbetering van Jerufalems muuren voortging, en dat de breuken en openingen begonnen geflopt te worden, werden zij zeer verbitterd, en verbonden zich allen gelijk- 8. lijk, om gewapenderhand te Jerufalem te komen , en eene ftremming in 't werk te maaken, maar wij baden tot onzen God, en hielden,0111 0> hunnen wil, bij dag zoo wel als bij nacht, goede wacht tegen hen. — Thans zeiden de IOii Jooden: „ De lastdragers bezwijken onder den „ last; daar is te veel puin, zoodat wij aan ,, den muur niet bouwen kunnen." — Maar n, onze vijanden zeiden: ,, Zij zullen het niet „ weten, noch ontwaaren, voor dat wij reeds s, midden onder hen zijn, hen doodflaan, en Ttt 3 een

Sluiten