is toegevoegd aan je favorieten.

Het Oude Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE BOEK. 2$D

Hoor gij mijn ftem, o God ! bij 't klaagen l £te Behoed, daar 'k voor mijn vijand fchnk, VSm 2. Mijn leven toch; verberg mij voor den raad, 3. >t Geheim beleid der fnoodaarts, 't woeden

Der onrechtplegers! Die, als een zwaard, hun tongen fcherpen, 4* Dien fnood vergifte en bittre taal Tot pijlen op hun boog verflrekt, Om braven, heimlijk, neêr te fchieten,

Uit hinderlagen. Zij mikken onverwachts , niets vreezend', Zij fterken onderling in 't kwaad„ Elkander, maken overleg, Hoe zij hun ftrikken best verbergen,

Bedekken, zullen. „ Wie," zeggen zij, „ wie zal dit merken?'4 Zij vorfchen euveldaaden uit, Zij fpooren heimlijk alles naar; Zelfs iemands binnenfte gedachten,

Het diepst van 't harte. Maar God zal ook zijn pijlen fchieten, §» Hij wondt hen ijllings diep in 't hart. Hun eigen tong ftort ze in 't verderf. 9» Elk, die hen ziet, ja allen zullen iö<

Dan beeven, fchrikken. Dan zal elk van Gods werk vermelden, Ter harte nemen, 't geen hij deedt, jBHOVA zal der braven vreugd, n jHun toevlugt wezen, dien oprechten Dan zullen looven.

S » PSALM