Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jesaiü. 153

Spreekt aan Jerufalem weêr moed in, roeptEotfdfu haar toe: ni 'it

Dat al haar tegenfpoed een einde heeft genomen ;

En al haar wanbedrijf verzoend is en geboet; Daar zij van jova's hand,voor allehaarezonden,

Nu dubbel is gefiraft! — De ftem van een Herout klinkt door de woefte- 3» nijën,

„Baant inde wildernis voor jova eenen weg; ,, En maakt voor onzen God de heirftraat vlak „ en effen,

„ Vult alle dalen aan! flecht heuvelen en bergen! 4» ,, Maakt alle kromten recht; de ruwe wegen „ vlak!

"„ jehova's majefteit zal zich in luister toonen, 5» „ Het gantfche menschdom zal gezamenlijk „ dit zien'

„ Want jova heeft dit zelv' met eigen mond „ gefproken !" Een ftem klinkt: ,, roept" — „ Wat zal" 6. ■— antwoordt een ftem — „ Wat zal ik roepen?" — Aan het gras is al het menschdom Al hun bevalligheid een veldbloem flechts gelijk.

Hoe ligt verdort dat gras! hoe ligt verflenst dat 7. bloempjen !

Zoo dra jehova's aêm flechts over beiden blaast.

K 5 Ge-

Sluiten