is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Oude Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JESAIÜ. I?9

En bidt: „ 0 Hulp mij toch, want gij, S'j^f'

„ zijt mijn Godheid! " Helaas! zij zien 't niet in, ach! zij bezeffenvj. 18.

't niet! \ Hun oog is toegekleefd, om niet te zien; hun

harten

Gefloten, dat zij niets bezeffen noch verflaan. Geen hunner let 'er op, geen heeft verftand of oordeel,

Om dus te denken; „ 'k heb de helft in 't „ vuur verbrand, „ 'k Heb op de kooien brood gebakken,vleesch „ gebraden, „ En at met fmaak, en zou ik nu het over,, fchot

„ Tot fchand'lijke afgodsdienst misbruikend',

,, nederknielen „ Voor eenen houten blok?" Keiaas! 20.

zijn deel is asch! Ach! zijn begoocheld hart misleidt hem; ach!

zijn leven

Kan hij niet redden ; daar hij niet erkennen wil;

Dat dit zijn handenwerk bedrog is, enkel leugen!

Gedenk, gedenk hier aan, 0 Jakob ! Isrels 21. volk!

Gij zijt mijn dienaars, u heb ik gevormd;mijn dienaars

Zijt gij, 0 Isrels volk! Vergeet, vergeet mij niet!

M 2 G e-