Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24° JESAIÜ,

Hoofdji.'Qz.x. 'er geen recht meer is Hii ziet

lix.

ys. i.6. Helaas! — dat niemand —

En hij ontzet zich zelv' — dat niemand fpreken durft!

Dies zal zijn eigen arm hem éénmaal recht bezorgen ,

Daar zijn gerechtigheid hein fchraagt en onderdeunt.

J7« Hij gespt gerechtigheid zich aan, gelijk een harnas,

En dekt, als met een helm, het hoofd met zegepraal;

Hij trekt 't gewaad van wraak zich aan als zijne kleding,

En Haat het ijvervuur, gelijk een mantel, om. 18. Hij zal, naar 't hoogde recht, vergelden naar

verdiensten, Zijn' weêrpartijders toorn, en aan zijn vijand

loon,

Zelfs aan de verfle kust verdienden loon vergelden.

*9' Dan zal men jova's naam eerbieden, en zijn dienst,

Van daar de zon in 't West mêrdaalt beneen de kimmen, En zijne Majedeit, daar zij in 't Oost weêr rijst.

Ja, laat de vijand, als een waterdroom, vrij komen,

jehova's adem maakt dien waterdroom ras droog;

De-

Sluiten