Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j E R E m I a» 350

Ook zal ik u eerlang uw vijand dienen doen, Ho^' In eenig vreemd gewest, dat gij voorheen nietyj ^ kendet.

Daar is een hevig vuur ontdoken van mijn toorn,

Een vuur, 'dat over u op 't hevigst ook zal branden.

17*:] ; . 15*

't Is alles u bekend, jehova! denk aan mij, Ach! fchenk mij uwe gunst,wreek mij van mijn' vervolgers;

Stel uwe wraak niet uit, verhoor mijn fmeekgebed ,

Gedenk,' dat ik om u deez' hoon en (baad moet lijden.

Waar 'k uw bevelen vond, zij waren mii tr>T fpijs, i<5. Uw woord was mijne vreugd, de blijdfchap van mijn harte;

Ik draag uw naam ,o Gód,jehova zebaöth! 'k Zat nimmer in den kring van fnoode deugd- 17. befpotters;

Nooit heeft mij dart'le vreugd , noch vrolijkheid behaagd; 'k Zat eenzaam en alleen, van wegens uwe dreigtaal;

Mijn hart was fteeds vervuld met 't denkbeeld van uw toorn. Ach! waaröm duurt mijn fmart? mijn wond' is *8' ongeneeslijk! Ach! zoudt'gij mij fteeds zijn, gelijk een waterbron,

Z 4 Die

Sluiten