Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JEREMia, 521

Gewis! fpreekt jova God, daar zulken moetenHufffll drinken, vs. ii.

Dier vonnis het niet was, te drinken uit dien kelk,

Zoudt gij dan eenigzins verfchoond zijn, om te

drinken ?

Van 't drinken uit deez" kelk zult gij niet zijn verfchoond. Ja, ik heb bij mij zelv' gezworen, fpreekt je- ^ hova ;

Dat Bozra een toneel van fchrik, van fmaad , en fchimp,

Dat deze ftad verwoest, en tot een' vloek zal

wezen;

En all' 's lands üeên verwoest, verwoest in eeuwigheid.

Ik heb een opöntbod gehoord van God jehova; H« Een krijgsheraut roept reeds de volken tot

den ftrijdj , Verzamelt u, rukt aan, ten oorlog tegen „ Bozra! "

Van alle volken heb ik u het kleinst' gemaakt, 13* Ja! tot een fchriktoneel zult gij voor 't menschdom ftrekken. Uw Godheên, daar uw hart zijn hoop op 16^ hadt gebouwd, Uw beelden, hebben u in uwe hoop bedrogen, Gij, die in rotzen woont, en op der heuv'len top.

Gewis! al maakt g' uw nest zoo hoog, gelijk een arend,

Kk s 'k Stort

Sluiten