Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

E Z E C h i ë l. «7

De handen hangen flap, de knie vloeit weg,Honfdjt. als water.

, , , VS. 17.

Men draagt een treurgewaad, t gehad met jg. angst bedekt, En met verlegenheid; en kaalheid op de hoofden —-

Hun zilver werpen zij daar heenen op de 19. ftraat,

't Goud achten zij onrein; hen zal noch goud, noch zilver Verlosfen in dien dag van jova's toornengloed.

Zij zullen daar, helaas! hun honger niet meê ftillcn,

Den buik niet vullen. —« 't Was het lokaas tot hun kwaad. Zij hebben, 't geen aan hun tot fieraad was «d. gefchonken,

Misbruikt tot hovaardij; er beelden van gemaakt,

Helaas! zoo fchand'lijke als affchuwlijke afgodsbeelden ; Daarom heb ik het ook voor hun in drek verkeerd.

Ik zal het tot een prooi aan vreemde volken 21. geven;

Den fnoodften dwingeland het fchenken tot een buit;

Die zullen het weldra ontwijden en ontheil'gen. Ik zal van hun geheel afwenden mijn ge- 25. zicht;

En

Sluiten