is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Oude Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8ö E Z E t, H i ë Li

ffoofdft.wélken élk mensch, die ze daadlijk betracht j

xx* gelukkig leven kan. — Tevens gaf ik hun vs. m. ° ° „ , .. ,

mijne Sabbathen, om tüsichen" mij en hen tot

een teken te zijn, opdat zij zouden erkennen,

dat ik, jehova, hen geheiligd had.- —• Maar4

\%> Israëls volk blééf tegen mij wederftrevig ook in de woestijn; zij gedroegen zich niet naar mijne inzettingen, en verwierpen mijne rechten, door Welke elk mensch, die ze daadlijk betracht, gelukkig leven kan. —■ Ook ontheiligden zij mijne Sabbathen ten hoogden, zoodat ik dreigde, dat ik mijnen toorn over' hen» daar iri de woestijn, zou Uitftorten, om hen

*4. te verdelgen; — Maar ik.bedwong mij zeiven, om mijnen roem en eerc, opdat die niet in het oog der volken ontheiligd zou worden, voor wier oog ik hen (had uitgevoerd. —

15. Evenwel hief ik ook mijne hand over hen op in de Woestijn," zweerenden dat ik hén niet in dat land zou brengen , dat ik aan hun gè~ fchonken had, daar melk en honig vloeit, eh

16. dat een pronkjuweel is onder alle landen, omdat zij mijne rechten verfmaadden, en zich naar mijne inzettingen niet gedroegen, maar mijne Sabbathen ontheiligden, terwijl hun hart

17. hunne fchandgoden achter na hunkerde; evenwel was mijn oog te medelijdend, om hen, daar in de woestijn y geheel te verdelgen , en

18. uit te roejen, maaf ik fprak hunne kinderen daar in de woestijn aan: Schikt uw gedrag niet Maar de inzettingen van uwe vaderen, neemt

hun-