is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Oude Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ezechi&l.

89

verneder, die verheven was! — Omgekeerd, Hoofdji. omgekeerd, omgekeerd, zal ik alles maken.— XXI" Zoo zal bet niet blijven — tot dut er édn'^' kome, die er recht op heeft, en dien ik het geve. —

Profeeteer verder, fterveling! en zeg: Zoo 28. fpreekt jehova, de Opperheer, betreffende de Ammoniten en hunne fmaadredenen. — Zeg: Het zwaard , het zwaard is reeds uitgerukt ter flachting, het is gepolijst ter vernieling, om te blikfemen! — Terwijl men u bedrieglijke 22* gezichten ziet, en u leugen waarzegt, om u ontlijfde fnoodaarts op den hals te doen treden, wier dag gekomen is, dewijl de tijd der fnoodheid een einde heeft. —■ Steek het in de 3°» fchede! — In uwe geboorteplaats, in uw vaderland, zal ik u te recht Hellen. — Ik zal 31. mijnen toorn over u uitftorten, het vuur van mijne gramfchap over ü aanblaazen, en u in de magt overleveren van wreede barbaaren, ftichters van verwoesting. —. Aan dat vuur 33. zult gij tot voedzel zijn, uw bloed zal in uw land vloejcn, aan u zal ééns niet meer gedacht worden. — Zeker! ik, jehova, heb het gefproken!

20. De Profeet beftraft de zonden der Jooden, die onder alle /landen en rangen van menfehen heerfchen, en bedreigt hun deswegens ftraffen en den ondergang.

Nog gebeurde mij eene Godfpraak van je- Hoofdfl. iiovA, van den volgenden inhoud:

' ° VS. ïm

F 5 Zoudt