Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a8 9NGEL00F EN ZEDEN.

den deezes Levens niet, ten naasten by, de Vreugde» kunnen opvveegen, by dezulken , die geene verdere Hoop hebben. De Eed is van weinig kra-t bv hen, die Hellen, dat God zig het zweeren niet aan, trekt 5 zo dat onze Trouwe of Ontrouwe geene de minlte Verandering zal baaren in Tyd of Eeuwig, heid. De kundige Leezer zal ligtelyk begrypen, dat het geheel onnoodig is, deeze afzigtige Byzonderheden breedvoeriger voor te draagen. Over den

Zelfsmoord zou ik kunnen handelen in het volgend Hoofdftuk; doch het koomt my voor, dat dit Onderzoek, ruim zo voeglyk, hier nog plaats kan vinden.

In het regtzinnig Stelzel, is de Verpligting zeer duidelyk, dat wy geen geweldaadig Einde mogen maaken aan een Leven, 't welk God laat voortduuren, om wyze redenen, en 't welk zwanger gaat van groote Gevolgen. Ook heeft men, tot Afmaaning, de fterke Beweegreden , — dal de Zelfsmoorder ' moedwillig zondigende, den beledigden en ftraffenden Regter te gemoet loopt (ƒ). De zaaklyke Hoofdfomme van alle de overige menigvuldige Redeneeringen over dit afgefleten Onderwerp, - loopt uit op

Bedenkingen, gefchikt om het tegenwoordig

Gevoel van Leed te verzagten, om de Hoop op

eene wenschlyke Uitkomst te verlevendigen, en

Medelyden te verwekken omtrent de Overblyvenden. Dit alles is ontoereikend, als de Overtuiging aangaande het winnen by de Vernietiging — zo fterk is geworden, datze ook den ingedrukten Affchrik kan ta boven koomen. Het Huk wegens de Verpligting

zullen

ƒ. Pf. CXXXIX. 8. Beddede ik (of beddede ik my) in Schol; ziet, Gy »yt daar. pestel,Part. I. Sec~l. %. § 59,

Sluiten