Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UITVOER van 't HOOI. ci

Paard worden maar , in elk Jaar , drie rydweiden Mooi vereischc. Laat men nu ftellen , dat in gemeene tyden , met verbod van uitvoer , de Weide wierd gekogt voor vyf guldens , maar dat dezelve ten tyde van eenen vryen uitvoert agt guldens kosten moest, dan zou het verichil, voor ieder Paard, in een jaar, alleenlyk negen guldens bedraagen ; en die deeze Som bezwaarde , behoorde waarlyk geen Paarden, uit weelde, te houden, welke zo dikwyls geleegenheid hebhen gegeeven, om den ondergang van anderfins welgeftelde Ingezeetenen te verhaasten. Men heeft behalven dat geene reedenen om het getal van diergelyke paar« den, door wetten, te vermeerderen. Om dat weinige der overige Ingezeetenen 'er cenig voordeel van genieten, en dat zy de vermeerdering van Rund , en ander voordeeliger Vee, waar uit weezentlyke voordeelcn voor den geheeien BurgerMaat worden gebooren, nadeelig zyn. Het voornoemde verfchil der duurte van 't Hooi, met of zonder uitvoer, kan ook hun niet bezwaaren, welke gewoon zyn jonge Paarden op te voeden, en te beryden, met oogmerk, om dezelve aan Buitenlanders te verkoopen. Overmits die tegenwoordig veeltyds voor driemaal zo veel waarde worden verkf'gt, dan in 't begin deezer eeuw pleeg te gelchieden. Bygevolg zou een diergelyk bezwaar te klein zyn, om deczen paardenhandel eenigzins te verminderen. §. 6. Om met eenige zekerheid te weeten, of 't B 3 getal

Sluiten