Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE N ?J B? 233

ï. De nijd M. V. ziet fcheel om 't geluk yan den naasten; en die hatelijke drift brengt den mensch meestal zo verre, dat hij tevens vreugde fchept uit het ongeluk van zijne broederen. Schoon nu dit laatfte iets meerder is dan de enkele afgunst, zullen wij egter den nijd hier in den uitgeftrekften zin nemen; er» 'er dus ook het laatfte; blijdfchap over het ongeluk van anderen, als 'er bijkans altoos aap verknogt, mede onder bevatten. Dan, wat nut zal het hebben, u alle de trekken van den nijd voor ogen te leggen ? Zal ik geen gevaar lopen, dat gij, alle die trekken bij u zeiven niet befpeurende, u terftond verkeerdelijk, als geheel onfchuldig aan deze fnoodheid, zult befchouwen? Laat ik u daarom mogen doen opmerken, hoe iemand met deze ondeugd kan befmet zijn, al bezit hij juist niet alle hare hoedanigheden, die wij hier na zullen opnoemen. Zo immers houd gij dezen of genen godlozen met recht voor ondeugend, of fchoon hij pog niet alle de ondeugden tot één toe bezit? — Dezelfde ondeugd neemt allerlei verfchillende gedaanten aan; en heeft ook altoos hare ver-; fchillende trappen. Uw hart zou dus, door den verfoeilijken nijd, zeer wel kunnen bedorven zijn; , fchoon gij die ondeugd nog niet tot den hoogften graad bezat; en gij ook daarom alle hare kentrekken, tot één toe, nog niet bij u zeiven befpeurdet» — En welk is dan het fchrikkelijk P 5 ( beeld

Sluiten