Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S HOEDANIG ZIJN DE VERZOEKINGEN

Dwaling en onkunde M. V. waren, ten allen tijden, hinderlijk en rampzalig voor de belangen van Godsvrucht en deugd. Vooral is dit waar met opzigt tot die dwalingen, die zig onmiddelijk uitftrekken tot de kennis van ons zeiven , en van de wijze, hoe wij tot zonden verzogt worden. Zo men men b. v. de zonden verkeerdlijk plaatst in onverfchillige dingen en daarentegen wezenlijke ongeregtigheden voor gene zonden houdt; — zo men op de ene of andere wijze God fchuld geeft aan onze zonden, -en zig zo doende in zijne boosheid verfterkt; — zo men een vreemdeling is in zijn eigen hart, niet opmerkende, wat 'er in omgaat, en hoedanig wij verftrikt worden in de zonden.— Ze1cer ene zodanige onkunde , zoortgelijke wanbegrippen zijn uiterst fchaadlijk voor ons hart. Zij bevorderen natuurlijk verharding, en hinderen alle verbetering. Zo krijgen allerlei zondige neigingen wel ras de overhand; en de vereenigde kragt van den Godsdienst en het geweten wordt veel te zwak bevonden, om den tegenftand der verzoekingen te overwinnen, — Dat men tegens de zonde moet ftrijden , dit weten nog vele Christenen; maar wie hunne gevaarlijkfte vijan^ den zijn , op welke wijze zij dezelve behoren te beftrijden , en hoedanig zij ze best- kunnen overwinnen ? In alle deze opzigten ziet men hen meest fchroomlijk onkundig; of zig dieswegens , helaas ! weinig bekommeren. — De

aan-

Sluiten