Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEBRUIK VAN DEN BIJBEL» 239

In 't duidiijk begrip Van 't geen gij leest, niet weinig geholpen zien.

Vindt gij M. V. onder 't lezen, hier en daar, voor u, duiftere en onverftaanbare gezegden ; in plaats, van dan den zin ftout of vermetel te beflisfen; in plaats, van 'er u geheel vrugtloos op te vermoeien, of 'er te diep te willen indringen, zal 't voor u'raadfaamst zijn, 'er uwen Leraar of enen kundigen vriend, over te raadplegen; en inmiddels die duiftere gezegden eerbiedig voorbij te ftappen; u flechts, naauw houdende aan 't geen gij duidlijk hebt kunnen bevatten. '/ Verborgene is voor den Here, maar V geopenbaarde voor ons en voor onze kinderen eeuwiglijk! — Trouwens , U geen God u geboden heeft, is u niet verborgen, noch te ver ! — Dat men, om, door 't lezen , waarlijk verbeterd en vertroost te worden, zig, dikwijls, bij zijne daden, en in den omgang met anderen , aan 't gelezene zal behoren te herinneren, behoef ik fchier niet te zeggen. Wat zou 't ons M. V. tog baten, dat wij 't zaad van Gods Woord, al lezende, in onze harten hadden doen vallen; zo wij 't naderhand, met opzet, in den wind floegen; of dat kostlijk zaad, door de zorgen en de rijkdommen der aarde, ongelukkig, verflikten?

Eindelijk M. V. Staakt nimmer uwe lezing, zonder 't gelezene, nog eens, na te denken; en,

naar

Sluiten