Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN HET STUK VAN DEN TOORN. 16*3

mishandelde, en dieswegens het zo rechtmaatig als vreeslijk misnoegen van hunnen gemeenfchaplijken Meer ondervinden moest! — Dan, gelijk die Godlijke Leeraar zijne leeringen en beginzelen overal paarde met de kracht van Zijn eigen voorbeeld, zoo zette Hij ook aan Zijne vermaaningen, in het fïuk van den toorn, allen mooglijken klem bij, door Zijne eigen daaden. Slechts uiterst zelden fleigerde Zijn misnoegen, over de boosheid van Zijne tijdgenooten, tot dien graad van hoogte, die den naam van toorn verdient. En zig, in enkele gevallen, bij de ongelooflijke boosheid Zijner vijanden, als gedwongen voelende tot den hoogften trap van weerzin; dan vloeide Zijn toorn enkel voort, uit liefde tot God en tot de menfchen. 't Gezicht van het. fnoodlijk vertrappen, van alle de rechten van Godsdienst en deügd, dat was het, 't geen Zijne gramfchap nu en dan ontftak. Zijn toorn ont. vlamde altoos waardig ter rechter tijd; en was flechts eene deugdzaame aandoening, eener zo groote en godlijke ziele waardig. Voor het overige beantwoordde Hij in Zijn godlijk leeven volkomen aan de fchets van een Apostel: Hij fchold niet, toen Hij gefcholden wierd! En geflrafd en gemarteld wordende deed Hij Zijnen mond niet open! — Ook de vermaaningen van Jefus Apostelen ten aanzien van L 2 den

Sluiten