Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïfjA ONDERRICHT VAN DEN GODSDIENST

den toorn Kouden overal denzelfden • ftreek<s Wreekt U zeiven niet, mijne Liefften! maar geeft ruimte aan den toorn van God! zegt een h. Paulus, Elders zegt deze zelfde Apostel: wordt toornig, maar zondigt niet; en laat de Zon niet ondergaan over uwen toorn! En hoe voortreflijk is niet de waarfchuwing van eenen Jacobus! Een iegelijk mensch zij langzaam tot toorn; want 'fmenfchen toorn doet niet wat recht is voor God! Ik zwijg van zo veele andere vermaaningen, waar door zij deh toorn reeds in de eerste beginzelen wilden maatigen en beftrijden: Is 't mooglijk, houdt met alle menfchen vrede! — Waarom lijdt Gif niet veel liever onrecht? — Geeft ook geen ruimte aan den lasteraar! — Zodanig M. V. waaren de beginzelen, die de Apostelen onder hunne tijdgenooten, al leerende, poogden uit te breiden, en waar mede hunne handelingen, in den geheelen loop van hun leeven, op eene uitneemende wijze ftrookten. Een van hun fchetst hnnne gewoone beginzelen bij de mishandelingen hunner vijanden in dezer voege: Men fcheld ons en wij zegenen! Men vervolgd ons en wij ver draagen! Men lasterd ons en wij fmeeken! — Ik beken 't M. V. In enkele gevallen gevoelden ook deze Apoftelen des' Heeren toorn, maar hun toorn was meestal van eenen waardigen aart, en ontvlamde alleen in groote gelegenheden.

Sluiten