Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

236 DE CHIUSTL. GODSDIENST ALS

bezig ben, op aarde te grondvesten, is gelijk aan ten Koning, die zijnen zoon een bruiloft, of liever een maaltijd; maakte ter zijner eere'. Geli k 't hier ging bij 't verfchillend gedrag der genodigde gasten; even zo zal 't gaan, wanneer de menfchen, eerst de Jooden, en dan de heidenen, door de prediking, tot mijne Leer zullen genodigd worden. De Koning zond zijne knechten uit, dat zij de gasten 'ter brui. loft riepen; maar zij wilden- met koomen! IVt. der.om zond hij andere knechten uit, en fprakt zegt aan de gasten, ziet, mijne maaltijd heb ik bereid koomt ter bruiloft; Maar zij verachteden dat, en gingen heen, de een op zijnen akker, de ander tot, zijne handteering. Zo ondankbaar gedroegen zich de Jooden; offchoon zij door de Propheeten, ook door Johannes den ■dooper, plechtig geroepen waaren, om zich, tot de komst van dien Leeraar der menfchen, waardig te bereiden. Maar zommigen greepen zijne knechten, verfmaadden en doodden dezelve. Toen de Koning dat hoorde, wierd hij toornig; hij zond zijn hcir uit, vernielde deze moordenaars en ftak hunne ftad aan. Ook deze gezegden van Christus, nopens den ondank en de boosheid der Jooden, wierden letterlijk vervuld. Of waaren de mishandelingen hunner Propheeten^ de verachting en de gepleegde wreedheid omtrent Johannes den dooper, en de daar op

vol.

Sluiten