Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

egC.'UC fa'DCT» 1.53

hooren praaten, qui bovem bis ungit, bovem docet.

De vreemdeling. Als ik mij wel bedenk , dan zegt de fchrijver het in de voorreden.

W. Ja, het ftaat bladz. 43 en /(5, even voor dien overtolligen uitval.

De vreemdeling. Hebt gij nog iet anders tegen dit boek, mijn Heer W?

W. Dat de fchrijver de taal der Theologanten niet fpreekt , in welke echter zoo veele groote en verdienftelijke mannen gefproken hebben en nog fpreken.

X. En moesten dan de kinderen disputeer-geesten worden? De Theologanten hebben hunne fystema's gemaakt, otn de vijanden van den godsdienst, die fystema's hadden, te beter te keer te gaan.

De vreemdeling. Maar ds geest van 3

Sluiten