Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234 ZEEVAART-KUNDE,

"Wanneer wy ons op eene evene vlakte, op zee by voorbeeld, buiten het gezicht van enig land bevinden, vormen de uiterfte voorwerpen die wy zien, den rand die ons gezicht rondom bepaalt, zodanig een' cirkel, die om deze reden Gezichteinder of Horizon genoemd wordt, cn waarover wy in hec IV. Boek nader zullen handelen. — Indien men zich nu in onze gewesten op het ogenblik van den middag, dat is, juist wanneer de zon hare grootfte hoogte bereikt heeft, met het gezicht naar haar toe keért, is het punt van dien cirkel, waarnaar men alsdan gekeerd is, en waar de zon,recht bov«.n is, dat punt van den gezichteinder, dat het Zuiden genoemd wordt. Eene middellyn, door dat punt gaande, wyst aan de overzyde des omtreks het Noorden aan. Alle voorwerpen, welke zich in die lyn bevinden, worden gezegd ten Noorden of ten Zuiden van ons gelegen te zyn. De fchaduw van een'ftok, loodrecht op den grond geplaatst, op het ogenblik dat de zon op het hoogfte is, zal juist de richting van die lyn aanwyzcn.

§20.

Deze middellyn bepaald zynde, ton men zich eene andere verbeelden die de ecrfte loodrecht fnydt. De punten, daar deze den gezichteinder ontmoet, zyn, wanneer men naar het Noorden gekeerd is, ter rechterhand het Oosten, en ter linkerhand het Westen. Deze beide middelIynen verdelen dus den gehelen omtrek in vier gelyke delen of ayadranten (II. § 91 ). Elk dezer quadrantcn wordt wederom in achc gelyke delen verdeelt,

Sluiten