is toegevoegd aan uw favorieten.

Byvoegsels en aanmerkingen, bestaande in noodige naleezingen voor de Vaderlandsche historie van Jan Wagenaar.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VADERLANDSCHE HISTORIE. 22J

„ te hebben, omme 't felve te beletten,: „ indien de Ruwaard daer toe mede fou„ de willen contribuéren ende hem helpen „ zyn fortuyne le maken. Dat, daar „ op, hy, Ruwaard, hadt ge-antwoord, „ fich met diergelycke faecken niet te wilj, len bemoeien en dat oordeelde , dat „ daer fchelmflukken moeRen onder fpee„ len. Dat hy zig nimmermeer tot dier„ gelycke fchelmRucken hadde ingela„ ten. — Dat hy oordeelde, het dtablisfe„ ment van den Heere Prince vanOrangie, „ door een aenfienlyck huwelick, in de„ fe conjoneture van tyden , voor ons „ Vaderlant dienRich, het welke jegens„ wóordich wel appuy van noode had„ def, ende dat, diei halven} hem die faecke „ oock teenemael afraedde. Ende als hy, „ niet te min , daer op noch infisteer„ de, feyde hem, niet meer daer van te ,, willen hooren fpreken ende dat ge. „ nootfaekt foude fyn, in cas van con„ tinuatie van diergelycke discourfen , „ hem aen te brengen. Daer mede Tiche„ laer vervolgens affcheyt genomen „ heeft, verfoeckende, dat fyne discour„ fen mogten blyven gefecreteerd." («) Dus verre het zeer net en naauwkeurig Affchrift, 'c geen ik, van bovengemelde bekentenisfe des Ruwaards, onder de Stukken, betreffende zyne Regtspleeginge voor den Hove van Holland , behandeld en ,

reeds

3i "Int* BïVOesf' °e Waoen-> XIV Stuk,«.57,58,61,

P a