is toegevoegd aan uw favorieten.

Byvoegsels en aanmerkingen, bestaande in noodige naleezingen voor de Vaderlandsche historie van Jan Wagenaar.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VADERLANDSCHE HISTORIE. 441

„ Propofitie van de Ridderfchap, raaken„ de het ErfRadhouderfchap. Vide het ge,, drukte." Die laatfte woorden fchynen aan te duiden het gedrukt Voorftel, 't geen, naar ftyle, aan de Leden zal gezonden geweest zyn, en op het welk de Schryver het daar omtrend voorgevallene (gelyk men te mêermaalen gewoon was) kan hebben aangeteekend. Ik weete dus niet , of 'er, thans,breed over gefprooken wierdt, 't geen ik ook minder zou denken, dan wel, dat AmRerdam, na, in dien tusfchentyd, over dit Ruk, nu en dan, met zyne Hoogheid in afzonderlyke onderhandeling geweest te zyn, haare gaave toeRemming zal hebben gegeeven: temeer, daar; zo als ook onze Wagenaar aanteekent; deeze gewigtige zaak, op dien dag,naar genoegen des Prinfen , tot befluit wierdt gebragt. (c)

Bl. 159 r. 18. ,, De Staaten van dit Gewest" (Holland)" beflooten , op s'Prinfen voorflag, tot het uitfchryven eener milde gifte." Zy was eene zeldzaamheid in deeze Gewesten. In den jaare 1673 en eenigen tyd bevoorens, was mede eene milde gifte voorgeReld , doch men maakte de zaak Commisforiaal, en zy bleef, met meêr andere, aan den fpyker hangen, (d) In Zeeland hadt men, op den 31 van Oogstmaand, ter bevordering eener leeninge aan den Lande, tegen vier ten honderd, de Inge-

zee-

(c) Wagen, hier, bl. 147. Refol. van Holl. ïö.Nov. 1747, il' 755-759-

(«0 Refolut. van Holl., 11 Febr. en 24 Maart, 1673.

Ee 5

XX, Deel,