is toegevoegd aan uw favorieten.

Byvoegsels en aanmerkingen, bestaande in noodige naleezingen voor de Vaderlandsche historie van Jan Wagenaar.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

442 NALEEZINGEN op de

XX. Dbel

i i

1

I I

• zeetenen aangemaand, om, by gebrek van klinkenden gelde, gemaakt goud en zilver, tegen eene , daar op bepaalde, begroonnge, m de munt te brengen: 't geen met zulk een goed gevolg gedaan wierdt dat het zeive, reeds tusfehen den 4 en 7 van Herfstmaand des jaars 1747, eene fomme van vyfmaal honderd vier duizend, vier honderd vyf-en-zestig guldens vyftien ftuivers, bedroeg, (e)

Wat Holland betreffe, daar men begreep, dat met de invordering der gewillige gifte nog eenigen tyd zou verloopen, en de benoodigheden van den Staat geen uitftel konden lyden , befloot dat Gewest niet alleenlyk tot eene buitengevvoone ligting van drie millioenen, tegens den intrest van vier ten honderd in 't jaar f/;, op 't geloove van de groote Steden en ten behoeve van het gemeeneLand,maar;om niet te fpreeken van de Loteryen, daar ik, voorheen, van gewaagde (g); in Wintermaand hier aan volgende, hadt men ter Generaliteit, de Amfterdamfche Kooplieden Georgs Clifeort en Zoonen bewoogen, om, op ïigen geloove, eene geldleeninge te laaten loen van nog een-en-twintig tonnen gouds, jf zo veel meêr, als zy zouden konnen >ekoomen, voor den tyd van vier of zes naanden, mede tegen den intrest van vier en honderd in 't jaar, met volmagt, om,

tot

(f) Refol. van Holl., 5 Sept. 1747, u. ^40. (Si Byvoejf. XX Stuk, tl. 74. "*