Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De minzame deelneming, waar mede hij mijne redevoeringen aanhoorde; — de naarftigheid en iever, waar mede hij mijnen letterkundigen arbeid tragtte te bevorderen — De menigvuldige gefprekken in Ulr. tegenwoordigheid gehouden , waar toe hij mij altijd uitnodigde — De bijzondere verkiezing, dat ik bij cenc gulhartige maaltijd , welke wij onderling gewoon zijn te vieren, altoos zijne zijde zou bekleeden, doen mij in zulk eene nederigheid wegzinken, dat ik het goedertieren Opperwezen niet genoeg kan danken, dat hij mij zodaanig een' oprechten, braven, en kundigen vriend gefchonken heeft.

Ware ik niet zedert langen tijdgefterkt tegen hel' verlies van waardige panden mijner liefde en achting : had ik niet zedert lang hen leeren erkennen gelukkig te zijn, die, eene woelzieke wereld verlaten hebbende, aan die vreedzame gewesten zijn aangeland, welken wij Hechts van verre befchauwen, en om welken wel te bereiken, voor ons noch meer dan één ftrijd zal nodig zijn: geene woorden, maar een gedurige vloed van traanen, en uitboezeming van klachten zouden mijn troost zijn.

Dan i

Sluiten