is toegevoegd aan uw favorieten.

De voetstappen der leere van 'smenschen leven na den dood, in de schriften van het Oude Verbond.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 74- )

pyten beduid, die men op d'aarde fpreid, om naar de wyze der oofterlingen daar op te zitten. Van dit Pardafa noemt de Oofterling een zeker Soort van tuinen '.Parde/im, duitfch Paradyzen, als het waare, met Tapyten befpreidde, 'twelk wel geen anderen konnen zyn, dan tuinen, die de kunft in geregelde bedden en perken verdeelt heeft, dat de bodem fchynt met geflikte tapyten bedekt te zyn. Wat ook de ouden uit onkunde der oofterfche taaien zeggen mogen, het woord Paradys is zo min oorfprongelyk der Perfifche als der griekfehe taal eigen, maar van de E&byloniers of Chaldeers, wier taal zo als de Hebreeuwfche, Syrifche, Samaritaan fche en Arabifebe Hechts een ander tongval van een en dezelfde moedertaal is, tot hunne overwinnaars de Perfen overgegaan, mogelyk daardoor, dat zy de, van alle tyden af, vermaarde Babylonifche tuinen hebben namaaken willen, en is verder van de Perfen tot de Grieken en uit de Griekfehe vertaaling der Zeventig in het N. T. en door den bybel tot ons overgegaan. In het N. T. vind men het Paradys genoemt Luc: 23. 43. 2. Cor: 12. 4. en Openb. 2. 7.

(*) De Gehenna der verdoemden heeft haa* ren naam en afbeelding van het dal Hinnom, hebreeuwfeh: Gehinnpm, verkreegen. Dit dal Hinnom, fchoon anderszints yzig door in dena-

by-

(') Calov; biblia illufltat» ai Jof. ij. g. & WulfitH in Curis ad Matth. 5.22.