Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 31 J

bcwyzen, die wy voor deeze gewichtige en bclangryke waarheid hebben, ontzenuwen.

GEDACHTEN.

Met de inhoud van het Eerfte deel deezer woorden /ben ik het volkomen eens, met al mijn Hart, (Godt is myn getuigen) neem ik de lec-re van de verlosfinge door J. Christus aan, en zy, die dezelve geheel loochenen, befchouo.' ik ook, als vyanden van 't Christendom. Maar wat het laarfte deel deezer woorden betreft, ben ik hetmetdeopftellers van deeze Geloofsbelydenis in 't geheel niet eens; moet ik de kracht rfef bewzyen, die zy (de herftelden naamlyk) voor die gewichtige waarheid hebben, ook juist goedkeuren ? dat is in der daad een Paufiaanismus van de eerfte groote, ik meen, eens gehoord te hebben. (Het moet in de Kerkgefchiedenis ftaan) dat één zeker Paus, in één groote Kerkvergaadering, eene Tex't uit de Bybcl op zyne wyze verklaarde, en zeer ftreng belaste, dat de geheele algemeene Kerk dezelve eek zo moest verklaaren, my dunkt, dat komt al op een uit , welk eene verregaande inbeelding hebben dan die Herftelden? het is, of ze ingegeesten menfehen.zyn, en dat zynze immers niet. Hoe dikwils gebeurd het niet, dat de kracht der bewyzeh, van dë eérie Predikant, zelfs, in zekere woorden gefteld word, welke één ander Predikant in andere woorden vind, en wat zal na de uitfpraak deezer Opftcllcrs, daar dan uit vol* gen moeten? Dit, dat deeze twee Predikanien eikanderen moeten befchouwen, als vyanden van

het

Sluiten