Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderworpen, eene aan het dierlykc verbondene, en zoo als eene dierlyke, ziel. Maarhy, die door den H. Geest vernieuwd wordt, om God, als zyn Vader, door Christus, te kennen, lief te hebben en te dienen, heeft geest in zich, welke tegen het vleesch begeert; en zaait (in of tot) den geest, pogende voordeel voor den geest te verkrygen, terwyl hy de goederen betreedt, om onderwys in het woord te ontvangen, daardoor God en zynen wil, in Christus, te kenr.en, vrede in zyn gewisfe te hebben, in deugd naar God te gelyken, en tot Gods eer, voor de menfchen, nuttig te wezen; zelfs ook, om, in dit alles, meer toe te nemen, in dekennis en genade van den Heere Jefus Christus op te wasfen; en dat niet alleen voor zichzelven; want de geest ziet niet, gelyk het vleesch, op hetgene, dat het onze is, maar ook op hetgeen, hetwelk anderer is; des befteedt hy ook geerne de goederen aan dengenen, die onderwyst, voor anderen, opdat zy ook geest zyn, en meer en meer geest worden. Die nu zoo in den geest zaait, zal hu eeuwige leven maaien. Als het lichaam , om der zonde wille, dood is, is de geest leven, om der gerechtigheid wille; (a) des maait en verkrygt hy ook het eeuwige leven, in hope, en in beginzelen, in eerltelingen, en in het volle genot, als een vrucht van zyn zaaizel. Wy zouden dit zaaien, in zyn vleesch en in den geest, wel verder konnen uitbreiden, en, voor onze ftichting, overdenken, hoe dit gezegde

vaii

\a) Rom. vin: 10.

Sluiten