Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27 )^

Men moet * nooit naar zich zelven gaarn hooren 8, en alles voor Goud opgeven, wat men (preekt 9.

Het is onbefcheiden 10, anderen in de Rede te vallen 11, en onbezonnen 12 altijd alleen het hooglte Woord te voeren 13,

't Is beter den Inval van onzen Vriend te verheffen ( 14, dan den onzen.

Men moet nooit brallen 15, noch zich ten Ontijde anderen voortrekken 16.

Men beledige 17 nooit den geringflen Mensch 18, maar men zij het fpreekwoord indachtig 19: Die ons als Vriend g'en voordeel kan doen 20, kan ons als Vijand toch fchad-;n 21.

Jegens Vreemden 22 moet men bijzonder wellevend Zijn 23, hun, waar in men eenigzins kan 24, gaarn dienen 25.

Men zoelte c6 voor alle Dingen den Omgang met verflandige Lieden 27, en zulke Gezelfchappen, die ons verbeteren 28.

Men fchame zich nimmer 29 door betere Leering van anderen 30, zijne Meening te veranderen 31, en het hun DaBk te weten 32.

Alle oude Perfoonen 33 bejegene men eerbiedig, en toone, dat men hunne Verdienden 34, Wetenfchappen 35, Ervaringen 36 en Deugden hoogachte 37, en leergierig navolge 38.

In Gang 39, in Gebaarden 40, in Stem, in Hou> ding 41, in Kleederdracht 42 en in Gewoonten, bootze men zonder Gemaaktheid den BevalligOen van zijnen Stand na 43, maar niet in Zonden en Dwaashe* den 44.

Bij Lieden van geringere Afkomst 45 van zijnen voornamen Stand 46 fpreken, dat is zoo veel, als zich naar hen afmeten 47. Met Ongeleerden 48 en Handwerkslieden 48 van geleerde zaken fpreken 49, dat is zoq veel als met hun fpotten 50.

De Waereld kan het niet lijden 51, dat men van 52 het eerfte Oogenblik af, als men zich haar vertoont 53,

ver-

Sluiten