is toegevoegd aan uw favorieten.

Grondbeginselen der cijfferkunst zijnde eene vollédige opgaave van alle de régelen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. B.III. H. XIII. L, Ov.de&ubt. derGrooth. 229

II b. Om h$t verfchil te vinden van ongelijkmaatige geïijkfoortige grootheden.

§ 289. Die het tweede geval van de voorgaande les wel begreepen heeft, zal ook tot de oplosfing van dit volkomen in Haat zijn: — men volgt altijd deefen

Algemeenen régel.

„ Herleid heide grootheden volgends § 261/0? „ dezelfde henaamïng en trek dan de grootfte „ van de kleinfle af. — dan is het begeerde

gevonden. "

§ 290. Bij voorbeeld. Men begeert te weeten hoe veel Guldens 'er overblijven als men 372 Zeeuwen aftrekt van 2:7 Ducaaten?

Men brengt de Zeeuwen en de Ducaaten eerst tot Guldens volgends § 261. en vindt voor 372 Zeeuven 967 Guld: 4 ftuiv insgelijks voor 227 Ducaaten, vindt men 1191 Gl. 15 ft; nu trekt men het eerfle van het laatfte af, ea vindt, 224 Gl: 11 ftuivers, zo als men hier onder zien kan.

227 Ducaaten — 1191 Gl: 15 ftuiv. af 372 Zeeuwen = 967 Gl: 4 ftuiv.

327DUC: — 372Zeeuw.— 224 Gl: 11 ftuiv.

§ 291. Men ziet hier uit, dat deeie bewerking geheel eenvouwig is, waarom het onnodig zou zijn, iets meer totverkïaaring te zeggen, de leefer zal voor zich de volgende vraagen, niet alleen tot oeffening van deefen, maar ook van den voorgaanden régel, oplosfen, hem aanbeveelende behoorlijk op den zin der uitdrukkingen te letten.

P 3 Voor-