is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen, uitgesproken in de christelyke vergadering der collegianten te Rotterdam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het kort aanstaande.

jo/kn. „ der. Ik ga henen, cn gy zult my zoeken; en yjii.21.^ uwe zonden zult gy ftervcn. Daar ik „ henen ga, kont gy niet komen." Allen , dierhalve, die in hunne zonden herven, die als zondaars, als onbekeerden, van hier verfcheiden, zulien wel het vricndlyk aangezigt van den bermhartigen Jezus zoeken : maar fpredk. niet vinden. „ Benaauwdheid en angst zullen \. 27,28.^ overkomen," op het eerfte oogenblik hunner ontwaa'^inge. ,, Zy zullen tot Mem „ roepen, maar Hy zal niet antwoorden;Zy „ zullen hem vroeg zoeken, maar niet vin,, den." Voor hun zal Jezus geen Jezus , geen Behouder, geen Verlosfer, geen Zaligmaaker wezen, ln Hem zullen zy eenen Rig. ter aantreffen , die „hun vergelden zal naar ,, hunne werken, hunne naamen uitdelgen „ uit het boek des leevens," en hen aan de regtmaatige gevolgen hunner zonde en weder* jpannigheid overgeeven. — De dag van genade en van bekeeringe is voor hun verhreeken.

Helaas! hun tyd is lavg verhopen! De fakkel, van Gjds eigen band Ontfïoken , lang al uitgebrand!

Geen nieuwe heilzon meer te hoopen! O vressfelyke Fierfchaardag,

Bejpct van weereldwyze dwaazen!

Hes