is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen, uitgesproken in de christelyke vergadering der collegianten te Rotterdam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43& De Verpeigting omtrent

tusfchenverhaa],nog eene byzonderhcid, cVt.c der Zusteren betreffende, op dat zyne leezers des te zekcrcr weetcn' zouden , welke Ma, ria by bedoelde.

Vs. 2. (Maria, zegt hy, nu was de gene die den Heere gezalfd heeft met zalve , en zyne voeten afgedroogd heeft met haaren hai. re'.welker broeder Lazarus krank was.) Lukas VII. vs. 36 - 50. Matthëus XXVI. vs. 6—13. Markus XIV. vs. 3 - 0, en Joannes XII. vs. 3 — 8. vinden wy allen vernaaien van die natuur, als het gene waarvan hier melding wordt gemaakt. Ik zal tans niet onderzoeken, van hoe veele onderfcheiden gevallen,ter gemelder plaacfen.gefproken wordt.Ligt gefchiedt dit eerlang,by gelegenheid der verhandelinge van het volgende Hoofddeel (*). Ik merk tegenwoordig alleen aan, dat het geval, door Joannes in den Tekst bedoeld, zekerlyk het zelfde is, 't gene hy Kapittel XII uitvoeriger aantekent, en dat hy, fchoon het op den tyd van Lazarus herven en wonderdaadige vefryzenis nog niet wasvoorgevallen , hier daar van melding maakt, om

dee-

(*) Deeze Redenvoering is gedaan, toen men, in 't verhandelen der H. Schrift, by agtereenvoïging, aan deea.n Tekst gekomen was. Zie het Voorberigw