Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OORSPRONG DES OFFERS. I45

want dit denkbeeld van Offergifte is ontleend van de dooling, die by fomraigen plaats hadt in de dagen der Propheten , en de overhand nam in latere tyden, toen alle begrippen , wegens de Beteekenis, geheel verbasterd werden. Toen verbeelde men zig, de Godheid te verzoenen, door boete te betalen voor de zonde; zo dat het Offer vergoeden kon het gebrek van gehoorzaamheid in het overige, en God gepaaid en omgekogt door gefchenken ; waanende zy, dat de Heere voor zig behagen hadt in het bloot uiterlyk bedryf, enkel op zigzelve aangemerkt; behelzende alzo in zig eene kragt tot Verzoening, zonder voorbeeldig te duiden op eene vvaare en genoegzame Offerhande. Op dit bederf doelen veele beftraffingen , waarop fommige Uitleggers zig dwaaslyk beroepen, om aantetoonen, dat da gantfche Offerdienst mishaagde aan den Infleller. De Heere betuigde, dat hy geengefehenk wilde ontfangen, en niet begeerde, dat dezulken zyne Voorhoven zouden betreeden, zynde het Gebed des Godlozen, zo wel als zyn Offer; Hem een gruwel. Toen Koning Saul, tegen het gebod, genade bewees aan den Koning Agag, wilde hy zulks vergoelyken, door ryke Offergiften ; doch Samuël zeide: gehoorzaamen is beetcr , niet dan een ouverfchillig of nutteloos ding, maar beetev

I. TIENTAL. K ZelfS

Sluiten