is toegevoegd aan uw favorieten.

Europa op het einde der agttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C"7)

zijn fterfbed is het, dat zijne groote ziel, zijne verhevene gevoelens, en zijne teedere genegenheid voor het heil en ware welzijn der volken, aan zijn bellier toebetrouwd, in een helder licht gefteld, en in alle hunne uitgeftrektheid gebleken zijn. Ik behoef U hier zijne reeds boven

opgegeven gezegden niet te herhalen. —:—-

Maar, zoo hij het leven verlangde, zoo hij

dat al met eenigen wederzin verliet, het was niet, om dat hij zoo vroeg, in eenen zoo weinig gevorderden ouderdom , naar het graf werdt weggerukt; maar het was, om dat hij de groote, de heilzame oogmerken, welke hij voor den roem en het geluk zijner onderzaten gevormd

hadt, niet hadt kunnen volvoeren; het.

was , om dat hij die door de drieste domheid miskend, door den haat gelasterd moest zien. —; Dit was het, dat hem het zwaarfte op het hart

woeg, dat hem het gevoeligst fcheen te;

treffen ; ten duidenlijken blijke, dat, zoo hij zichal moge vergischt hebben, omtrent de middelen, die hij aangewendt heeft, om zijne onderhoorige landen bloeijend, en derzelver bewoners gelukkig te maken , zijne inzigten ten minfte

altijd, zuiver geweest zijn. Welk een vast

vertrouwen op zijne onfchuld! [ welk eene

ftilie kalmte en tevredenheid van ziel! — welk een onwrikbare mo?d! welk een taai geduld in eene zoo pijnigende en vervelende ziekte, in zoo veel lijden! eindelijk welk eene

geruste gelatenheid en bedaardheid in zoo on« aangenaame. en'in alle opzigte knellende om* H 3 ftaa*