Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 151 3

„ bekend, dat het de Hertog van Urfel niet is, „ die zijnen post heeft nedergelegd, maar dat „ men hem tot dezen flap, zoo ftrijdig met de „ wenfchen van zijn hart, met de wenfehen van „ het Volk, gedwongen, en dat men de onrecht. „ vaêrdigheid zelfs zoo verre gedreven heeft, „ van hem zijne talenten te willen betwisten, ja „ van zijne deugden te doen verdenken?"

„ Zult Gij ons kunnen wijs maken, Van der „ Noot , dat de Generaal , dien Gij benoemd „ hebt, of de Generaals, die Gij nog zult be„ noemen , de onvoorzigtigheid zullen hebben „ van hunne eer, hunnen roem in de waagfchaal „ te ftellen met krijgsbenden, om welke buiten „ geregelde orde, buiten ftaat van eenigen dienst „ te kunnen verrichten, te houden, men zich „ alle mogelijke moeite geeft? Men vergeeft U „ uwe onkunde in de krijgskunde; maar indien

Gij niet handelde volgens een ontwerp, 'tweik „ anderen voor U hebben opgemaakt, zoudt Ge „ voor God, zoudt Ge voor de menfchen te ver„ antwoorden hebben het blootftellen, gelijk Gij „ thans doet, van zoo vele duizenden burgeren, „ die, den dood te gemoete tredende, ten min_ fte het recht hadden, om van U te verwach„ ten, naardien Gij het zijt, die het bewind van „ alles begeert, dat Gij , door uwen invloed, „ niet hadt mede gewerkt in dat gebrek, in die „ geheele verlating, welke zij ondervinden moe„ ten, in die verdrietlijkheden en ongeneugten, „ met welke Gij den braven en deugdzamen Van „ der Meersch overlaadt."

K 4 „ Welk

Sluiten