is toegevoegd aan uw favorieten.

Portraiten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t>6* DE SPOTTER MET DEN GODSDIENST,

niet kwam ; en dan wenscht hij ook wel te weeten , wat 'er God voor een behaagen in fchepte, dat Hij zekeren armen fchelm als kreupel ter waereld liet komen, en dit of dat kind maar één uur, éénen dag,of eenige dagen liet leeven?

En met deOpftanding? ja, zoo allen, die ooit geleeft hebben, zegt hij, maar plaats zullen kunnen krijgen." Deze twijfelingen zijn zijne weetenfchap en grootschheid, waarop hij ftoft, maar weet nog niet, of, zoo hij 't al weet, bekommert zig daarover niet, dat ze voor lang reeds zijn beantwoord.

Hij verzamelt , zorgvuldig, alles, wat van de Predikanten wordt verhaald, en 't is hem regt lief, wanneer hij een onwaardigen Man onder dezelven leert kennen; want de toepasfing van hem op den Godsdienst zelv'isbij hem altoos even wettig.

Even zo welkom zijn hem alle theologifche gefchillen; geluk genoeg, wanneer hij ze flegts hoort noemen, dan kan hij 'er over lachgen, en ze tot voorwerpen van laffe fpotternijen maaken. „ Wel nu Domine ! hier zal zijne taal op uitkomen, hoe veele Canonieke boeken hebben wij dan voor tegenwoordig? Ik hoor, dat 'er wêer één

zijne agting is benomen. Hoe ftaat het tog

met de Hel? men geeft ons hoop, dat ze niet

lang meer duuren zal. Hebt gij dan nog één'

Duivel? Mij dunkt, 't zal hem weldra gaan,

gelijk de Spooken." Dit alles kan die Dwaas

zeer driest voordraagen ; maar ik verzeker u,

dat